Stuurmanstraining

Wat zijn de belangrijkste regels op het water, en welke commando's moet ik geven


 Deze korte training is bedoeld voor leden van QV, die ook de sloep willen sturen.

 

1 - COMMANDO’S

Sloeproeien is een sport waar meerdere roeiers de sloep in een bepaalde beweging moeten brengen. Om dit goed uit te voeren zijn er commando’s.  Binnen sloeproeiend Nederland zijn er verschillende uitvoeringen van commando’s die worden gebruikt. Deze training is er voor bedoeld om binnen QV 1 manier van commando’s te hanteren, zodat er makkelijk gewisseld kan worden  van stuurlieden.

 

Een commando bestaat meestal uit drie delen, maar altijd uit twee delen. Bij acuut handelen is er geen voorbereidingstijd. Dan ga je direct over naar de soort actie en de uitvoering.

 

  1. attentie dat er wat gaat gebeuren (optie)
  2. wat gaat er gebeuren 
  3. wanneer de actie gaat plaatsvinden

 

Attentie (optie)

Soort actie

Uitvoering

 

 

 

Opgelet

Riemen

Geroeid

Opgelet

Riemen

Toe

Opgelet

Riemen

Over

Opgelet

Haal op

Gelijk

Opgelet

Strijk

Gelijk

Opgelet

Stop

Af

Opgelet

Lopen

Riemen

Opgelet

Op

Riemen

Opgelet

Halve

Riemen

 

Tussen de soort actie en de uitvoering kan een aantal slagen zitten, pas bij de uitvoering ga je dus daadwerkelijk over tot die uitvoering!!!

 

uitleg commando’s

 

riemen – geroeid

Dit commando geeft het eindcommando weer van de roeisessie. De verledentijd van roeien = geroeid. De riemen dus geroeid. Dit betekend dat de riem tussen de benen wordt geplaatst met het blad omhoog en zo gedraaid dat het blad geen wind vangt. Dit commando wordt ook gebruikt voordat er geroeid gaat worden, dus na het instappen.

 

riemen – toe

Dit commando volgt na het commando riemen-geroeid. De riemen worden geplaatst in de dol.

 

riemen – over

De riemen worden voor de roeiers langs naar binnen geschoven met het handvat van je riem voorbij de dol van je buurman. Hierbij hebben de roeiers even hun handen vrij en heeft de sloep minimale spanwijdte.

 

haal op – gelijk 

Haal op komt er op neer dat je de riem met gestrekte arm naar voren drukt (handvat naar voren, blad naar achter). Dit is de begin stand van het roeien. Bij gelijk gaat het blad verticaal te water en ga je met gestrekte armen naar achter hangen. Op het moment dat je niet verder naar achter kan, trek je jezelf op aan de riem en gaat weer met gestrekte armen naar voren.

 

strijk – gelijk

Dit commando gebruik je wanneer de sloep in zijn achteruit moet worden gezet. Het handvat van de riem houdt je bij de borst. Het blad verticaal te water. Bij gelijk duw je de riem van je af tot je niet verder komt. Dan haal je de riem uit en ga je terug naar de stand waar het handvat weer voor je borst zit.

 

stop – af

De sloep heeft geen rem, dus afstoppen gebeurt door de roeiers. Bij het commando af gaan de bladen direct verticaal te water. De roeiers moeten met hun lijf flink tegendruk leveren om de sloep tot stilstand te dwingen. De bladen blijven verticaal inhet water tot de stuurman een ander commando geeft. Dit commando kan ook worden gebruikt om de sloep op een positie stil te houden.

 

lopen – riemen  

Dit commando kan worden gebruikt om een brug te passeren, een boei te ronden of een scherpe draai te maken. Het komt er op neer dat de spanwijdte van de sloep terug kan worden gebracht om hindernissen makkelijker te nemen. Het laten lopen van de riem gaat als volgt;  breng je lijf naar achter en duw de riem voor je borst langs naar je boord. Uiteindelijk ga je op het commando “haal op”  terug naar startpositie.

 

op – riemen

Je riem gaat op, oftewel; het blad blijft uit het water tot er een nieuw commando volgt.

 

halve – riemen

Dit commando komt voor als er een smalle doorgang is, met de mogelijkheid om te roeien. Je brengt de riemen voor ca. de helft naar binnen, maar blijft roeien.

 

De commando’s kunnen gelden voor beide boorden (stuurboord & bakboord). De commando’s kunnen ook gelden voor één boord (mogelijk dat het andere boord een ander commando krijgt). Het Kan ook zijn dat de stuurman roeiers individueel een commando geeft.

 

 

2 - DE STUURMAN

 

De stuurman bij sloeproeien is de absolute kapitein op het schip.

Hij is verantwoordelijk voor;

 

1.            Het optimaal presteren van de bemanning.

2.            De veiligheid van de sloep en de bemanning.

 

Het optimaal presteren van de bemanning.

De stuurman moet zorgen voor roeibalans. Gewicht goed over de sloep verdelen, met oog voor individuele kwaliteiten. Hij draagt zorg voor een soepel verloop van de commando’s. Wanneer  de sloep uit balans is, kost dat teveel energie. De energie moet voorwaarts gericht zijn, dat wil zeggen; schommelen van de sloep gaat ten koste van snelheid  en kost veel overbodige kracht van de roeiers.

 

De veiligheid van de sloep en de bemanning.

De stuurman is de enige aan boord die zijn ogen vooruit gericht heeft. Hij ziet als enige wat er gaat komen en maakt daarvoor een plan dat voor de veiligheid zeer precies moet worden uitgevoerd. Hij moet op zijn bemanning kunnen vertrouwen voor een goede uitvoering. Maar ook de bemanning moet kunnen vertrouwen op de stuurman. De stuurman bepaald wat en wanneer er iets in de sloep gebeurt. Eigen initiatief door roeiers kan niet worden geaccepteerd, omdat de veiligheid in het geding kan komen.

 

Zaken waar de stuurman rekening mee moet houden m.b.t. veiligheid;

 

  1. Uitrusting sloep (anker, werkende verlichting, pikhaak, zwemvesten, ehbo, touw, pomp, reserve riem). Uitrusting is afhankelijk van omgeving, weer, tijdstip etc.
  2. Warming up / cooling down. Om blessures te voorkomen is een warming up / cooling down belangrijk. Rustig inroeien en rustig uitroeien kunnen volstaan.
  3. Het voorkomen van onderkoeling (wind/waterdichte jas en thermodekens zijn geen overbodige luxe). Let op! Als stuurman zit je stil, denk goed aan jezelf.
  4. Het voorkomen van oververhitting. (zonnebrand, petjes, bril).
  5. Tijdig eten en drinken voorkomt kramp en hongerklop.
  6. Enige nautische kennis (Binnenvaart Politie Reglement). 

 

3 - Praktische zaken op het water  

 

Verlichting/tekens

 

.           stuurboordverlichting is groen, bakboordverlichting is rood  (gevaar voor aanvaring)

Verlichting voor motorschepen (ook zeilschepen onder motor).

            Deze verlichting is alleen voor tegenliggers waarneembaar en niet van achteren.

.           heklicht (achterlicht) wit, in combinatie met stuur/bakboordverlichting

 

       Motorschip                  vooraanzicht motorschip             vooraanzicht zeilschip

 

     

 

                                                                                 

.      Wit rondschijnende verlichting zijn kleine schepen (kano, roeiboot, motorbootje

       of klein zeilbootje)

 

 

.      Bij sluis of beweegbare brug;        dubbel rood     =         draait niet

       (tekens onder elkaar)                     enkel rood        =         verboden doorgang

                                                            rood/groen       =         we zijn voor u bezig

                                                           groen               =         vrije doorgang

.      Gesloten brug doorgang;   rood                  =         verboden doorgang

       (tekens onder elkaar)                     geel                 =        doorgang tegenliggers mogelijk                                                dubbel geel     =           doorgang zonder tegenliggers

 

NB. Een rood – wit – rood  bord betekent doorvaart verboden!

 

Voorrangsregels

.           zoveel mogelijk stuurboordwal houden, dan behoud je de voorrang!!!!! 

.           beroepsvaart gaat voor op onderstaande

.           zeilende schepen (zonder motor bij) gaan voor op onderstaande

.           op spierkracht voortbewogen vaartuigen gaan voor op onderstaande

.           motorboten (ook zeilschepen met motor aan) zijn de laatste in de schakel

.           voorkom ten aller tijde een aanvaring, bij goed zeemanschap vervallen de regels

 

TIP;      Blijf altijd goed om je heen kijken, dus ook achter je!

Blijf uit de dodehoek van binnenvaart!

 

 

Aanmeren van de sloep

.           Probeer altijd met de boeg tegen de wind of stroom  aan te meren.

.           Doseer de snelheid en blijf rustig en duidelijk in je commando’s.

.           Altijd iemand in de punt met pikhaak (pik voor), om de boot af te houden en vast te leggen.

.           Zorg voor stootwillen/fenders aan de zijde die je wil aanmeren, bij twijfel aan. Beide boorden van de sloep (bij sluis of als je schepen langs zij verwacht).

.           Landvasten niet te strak, de boot moet speling hebben i.v.m. golfslag, wind en tij.

.           Aan de kant aanmeren; voortros, achtertros, voorspring, achterspring.

 

 

4 - TIJDENS WEDSTRIJDEN

.           Bereid je goed voor; lees het wedstrijdreglement, en bestudeer de route.

.           Bezoek altijd het palaver voor een actuele stand van zaken omtrent de wedstrijd.

.           Zorg dat de uitrusting van de sloep voor die wedstrijd in orde is.

.           Volg de aanwijzingen van de wedstrijdleiding.

.           Je bent te gast, laat je roeiers niet de boel vervuilen, vernielen of verzieken.

.           Lage nummers gaan voor hoge nummers.

.           Inhalen altijd buitenom, mits je geen sloepen tot hinder zou kunnen zijn.

.           Wees sportief en denk tactisch. Vooruitzien is regeren!